De bevrijding van de taal, of Michaïl Sjiskin’s onvoltooide liefdesbrieven

Op het eerste gezicht bevat Michaïl Sjiskin’s boek onvoltooide liefdesbrieven (Pismovnik) de correspondentie tussen twee geliefden die van elkaar gescheiden zijn in ruimte – Vladimir Vovka trad toe tot het leger om te vechten in China – en tijd – hij werd gedood in het begin van het boek terwijl hun briefwisseling wordt voortgezet tot het eind. De voortzetting van de briefwisseling met Alexandra Sashka na zijn dood laat in ieder geval zien dat onvoltooide liefdesbrieven geen cor-respondentie betreft.

Uitgangspunt van Vladimir is Democritus’ werk over de atomen. Elk atoom, en in navolging daarvan elk ding en elke mens, is omgeven door een leegte of een interval die de één (ik) in absolute zin van de ander (niet-ik) scheidt. Op het moment dat Vladimir stikt in zijn solipsisme (ik) te midden van een betekenisloze wereld (niet-ik) wordt hij bevangen door de ervaring dat de taal de brug kan vormen van ik naar niet-ik: “Al dit niet ik begon te reageren, te gonzen bij wijze van antwoord, mij te erkennen als zijn eigen. Je begrijpt toch wel waar ik het over heb? Alles om me heen werd van mij, blij, eetbaar! Ik had zin om het behang, het plafond, de gordijnen en de wereld daarbuiten te voelen, op te snuiven, op mijn tong te proeven! Niet ik werd ik. Op die momenten leefde ik pas echt” (161). Nu weet Vladimir dat de taal niet van hem is maar het membraam vormt tussen ik en niet-ik: “Tussen mij en de wereld verrees een muur van letters” (162). De woorden bezoeken hem en Vladimir ervaart in eerste instantie alleen ‘werkelijk’ te zijn in de taal zoals ook de schrijver van de bijbel alleen werkelijk is in het woord dat gelezen wordt (‘in den beginne was het woord…’). Hier ligt ongetwijfeld de motivatie van Vladimir om Alexandra te schrijven vanuit China: “Waarom schrijft men? Zolang we schrijven, betekent dat dat we nog in leven zijn. Wanneer jij deze regels leest, is de dood uitgesteld” (269). Deze talige overbrugging van de absolute kloof tussen ik en niet-ik gaat zelfs zo ver, dat ze omslaat in een absolute eenheid tussen Vladimir en Alexandria – “er is niets wat ons zou kunnen scheiden” (142) – ondanks hun tijd-ruimtelijke afstand. Ook Alexandra heeft de ervaring dat niet meer kan worden onderscheiden tussen hen beiden: “hoe langer jij niet in mijn buurt bent, des te groter deel van me word je. Soms begrijp ik zelf niet eens waar jij eindigt en waar ik begin” (70-71).

In tweede instantie ervaart Vladimir echter dat de taal de kloof tussen ik en niet-ik helemaal niet overbrugt, dat hij helemaal niet ‘werkelijk’ is in de taal: “de woorden kunnen iets van zichzelf scheppen, maar jij kunt niet in woorden veranderen. Woorden zijn bedriegers. Ze beloven je mee uit varen te nemen, en vervolgens vertrekken ze stiekem met volle zeilen en laten jou op de oever achter” (163). Er is geen sprake van een eenheid tussen ik en niet-ik, maar alleen van een tijdelijk bezoek van de woorden die daarna verder trekken, hem leeg, waardeloos en gebruikt achterlatend. Vladimir ervaart met andere woorden dat hij juist niet werkelijk is in de taal, niet leeft maar sterft in de taal. Hier ligt ongetwijfeld de motivatie van Vladimir om de wereld van het woord te verlaten en toe te treden tot het leger: “Ik moest me ervan ontdoen. Moest me vrij voelen. Gewoon levend. Ik moest bewijzen dat ik op mezelf bestond, zonder woorden. Ik had bewijzen nodig voor mijn bestaan” (164). De bevrijding van de taal bestaat in de erkenning van een absolute kloof of interval tussen mij en de woorden.

Hoe zijn deze twee beweringen – ‘ik ben pas werkelijk dankzij de beantwoording aan de taal’ en ‘ik ben ik pas werkelijk dankzij de bevrijding van de taal’ – samen te denken? Onvoltooide Liefdesbrieven wordt gedragen door het paradoxale vermoeden dat elke beantwoording aan de taal vooraf wordt gegaan door een bevrijding van de taal en dat elke bevrijding van de taal al de beantwoording aan de taal veronderstelt. Ze bestaat in een over en weer tussen beide oevers van ik en niet-ik, zonder dat de absolute kloof tussen beiden wordt overbrugd en opgeheven. In dit over en weer bestaat het “eeuwig kiemen van de geest” (Erik van Ruysbeek)(zie verder de blogs over Coetzee en Terrin).

Advertisements

2 thoughts on “De bevrijding van de taal, of Michaïl Sjiskin’s onvoltooide liefdesbrieven

  1. de literaire affaire

    “Waarom schrijft men? Zolang we schrijven, betekent dat dat we nog in leven zijn. Wanneer jij deze regels leest, is de dood uitgesteld” (269). -> prachtig. Interessante manier ook om naar briefwisseling te kijken de bevindingen in je blog.

    Reply

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s