De dubbelganger van Stefan Hertmans

Het woord “dubbelganger” is ongetwijfeld het kernwoord van Stefan Hertmans recente roman “Oorlog en Terpentijn”. Niet alleen in de zin dat Hertmans de dagboeken van zijn grootvader kopieert in zijn roman en zo diens dubbelganger wordt. Ook zijn grootvader zelf is een dubbelganger, want kopieert beroemde schilderijen en trouwt met de zuster – i.e. de dubbelganger – van zijn grote liefde.

Het boek getuigt ook van een hele specifieke opvatting van de dubbelganger. Volgens Hertmans kan het singuliere van een mens of kunstwerk niet terugkeren in een kopie (298) en tast de verdubbeling de identiteit van het origineel zelfs aan (277). Passen we deze opvatting van de dubbelganger toe op “Oorlog en Terpentijn” zelf, dan toont Hertmans zich de moordenaar van zijn grootvader in de totale openbaring en beschrijving van diens leven. Die totale openbaarheid verklaart ook de populariteit van het boek bij het volk.

Gelukkig heeft Hertmans ongelijk en geeft de dubbelganger in tegendeel juist pas toegang tot de identiteit van het origineel. De dubbelganger is namelijk geen exacte kopie maar vormt een supplement dat constitutief is voor onze ervaring van het origineel. Dit maakt de discussie of Hertmans het dagboek van zijn grootvader daadwerkelijk heeft ´gekopieerd´ ook zo urgent. Alleen in de poging tot een zuivere, dat wil zeggen niet supplementaire kopie van de uitgetikte dagboeken raakt zijn grootvader verstikt en wordt hij omgebracht ten gunste van zijn totale openbaring in het boek. Een supplementaire kopie, dat wil zeggen een wezenlijk bewerking van de dagboeken zou daarentegen toegang kunnen geven tot de singulariteit van zijn grootvader. Deze singulariteit blijkt alleen wezenlijk open te zijn voor nieuwe dubbelgangers en kan door geen kopie definitief worden gevangen.

In de loop van het boek ziet Hertmans dit ook zelf in. Als hij de gangen van zijn grootvader nagaat, dan treft hem dat niets herinnert aan het verleden: “Ik rijd naar … de plaatsen waar hij heeft gemarcheerd, gebivakkeerd, gevochten, gegraven, geslapen, gelopen voor zijn leven: eenzelfde volstrekte vergetelheid, banale en dierbare vrede, wees gegroet. … Ik keer met lege handen terug, kan zelfs een greep van het kille, vervuilde zand van een bospad niet ervaren als een vorm van contact met wat hier ooit gebeurde. … Vlaanderen anno 2012. Niets. Absoluut niets. Betekenisloos en veilig, godzijdank dan maar” (293-294). Hier ervaart Hertmans zelf dat zijn kopie supplementair moet zijn, wil het de ervaring van zijn grootvader re-animeren in dit boek. Vanaf dat moment lijkt hij ook de gekopieerde schilderijen van zijn grootvader anders te waarderen en merkt hij op dat een “originele gloed” kan schuilen in een kopie (305). “Oorlog en terpentijn” getuigt in die zin van de transitie van Hertmans waardering voor het origineel naar zijn waardering voor de kopie.

Toch is begrijpelijk waarom Hertmans in interviews in het middel laat of zijn kopie van de dagboeken supplementair is of niet. Niet zozeer omdat hij vermoedt dat zijn kopie van de dagboeken de identiteit van zijn grootvader hebben aangetast. Zoals de identiteit van zijn grootvader zich alleen kan tonen in een supplementaire roman, zo kan ook de identiteit van Hertmans als diens dubbelganger zich alleen tonen in een supplementaire reactie op zijn roman. En in onze tijd, waarin de originaliteit en creativiteit van schrijvers hoogtij lijkt te vieren en de na-bootsing of na-voltrekking van een ander leven als tweederangs wordt afgeserveerd, lijkt juist daartoe niemand meer in staat. Dan doet men er beter het zwijgen toe.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s