De schrijfstijl van vermiste personen (Anton Valens, Het boek Ont)

Pas nadat ik Het boek Ont van Anton Valens uit had hoorde ik dat het boek een prijs voor de beste zin van het jaar gewonnen had. De prijs werd uitgeloofd aan de openingszin van het boek: “Het was dinsdagavond kwart voor acht en een van de laatste dagen van oktober in het roemruchte stervensjaar van de gulden, dat schitterende, harde betaalmiddel met zijn waaier van kleurige biljetten als de staart van een paradijsvogel, dat met goedvinden van de kroon door de directeur van de Nederlansche Bank verkwanseld werd voor een grauwe eenheidsmunt waar er al zoveel van zijn en die de ‘euro’ wordt genoemd” (9). Heel eerlijk gezegd was de zin me niet eens opgevallen. Ik had vooral genoten van de dolzinnige analyses van de verwantschap tussen woordbetekenissen op basis van hun klank – zoals tussen moeder en modder, of tussen stijf, star, stok, steel, staaf, stang, stroef en stram – en had me bedacht dat ik Plato’s Cratylus weer eens zou moeten lezen.

In eerste instantie schaamde ik mij voor mijn oppervlakkigheid, temeer daar de jury aangaf geen enkele moeite te hebben gehad om de winnaar uit te kiezen. Valens’ boek bevatte meerdere stijlvolle zinnen die de jury als winnaar had kunnen kiezen. In tweede instantie besefte ik me dat dit iets zegt over de manier waarop ik literatuur lees. De stijl van schrijven is daarbij juist cruciaal, maar heeft niet zozeer met schoonheid te maken alswel met het vraagstuk dat in het boek aan de orde is. In Michaïl Sjiskin’s Onvoltooide Liefdesbrieven bijvoorbeeld is het vraagstuk hoe ik contact kan maken met een als vreemd ervaren wereld, en dit vraagstuk dicteert de stijl van de briefwisseling in dit boek, namelijk de onmogelijkheid van de cor-respondentie.[1]

Brieven staan ook centraal in Het boek Ont. In het motto worden boeken vergeleken met verstuurde brieven aan een nog onbekende geadresseerde, en in het boek staat een zelfhulpgroep centraal van mannen die moeite hebben hun post te openen. Volgens de hoofdpersoon van het boek gaat zijn moeite om post te openen terug op wat hij het ‘groetprobleem’ noemt: “Intuïtief had hij het idee dat zijn problemen met post, telefonie, werk, vrouwen enzovoort, slechts symptomen van een dieper liggende moeilijkheid waren, een kerntwijfel, die hij bij gebrek aan beter het ‘groetprobleem’ had genoemd. In de bedrieglijk simpele basisvraag: wie te groeten en wie niet? kwamen al zijn existentiële twijfels het meest pregnant tot uitdrukking. Wie te groeten en wie niet: het leek een probleem van niks, maar als je er langer over nadacht, zoals Isebrand gewoon was te doen, raakte je de draad makkelijk helemaal kwijt” (42). In tegenstelling tot een schriftelijke verhandeling heeft een brief een specifieke geadresseerde op het oog die in tijd en/of ruimte van de briefschrijver gescheiden is. Net zo heeft de groet een specifieke geadresseerde en wordt ze eveneens gekenmerkt door afwezigheid. Het groetprobleem ontstaat als je eigenlijk niet weet wie de geadresseerde is of zou moeten zijn van jouw groet. Net zo ontstaan problemen met post als je niet weet wie jijzelf als geadresseerde bent, als je je wilt onttrekken aan het beeld van de geadresseerde dat de afzender van je heeft, of als je een heel ander beeld van jouzelf als geadresseerde hebt dan de afzender van de post op het oog heeft. In al die gevallen is de geadresseerde ver-mist, zowel in de zin van verkeerd geadresseerd als van onvindbaar.

De zinnen van Valens hadden een roman kunnen opleveren waarin het onderwerp – het groetprobleem – terug zou slaan op de stijl van schrijven in dit boek; de vraag wie te groeten en wie niet slaat dan terug op de vraag of je wel geadresseerde kunt zijn als je niet weet wie je zelf bent. We zouden dit de schrijfstijl van vermiste personen kunnen noemen. Maar er is geen sprake van dat de prachtige volzinnen over het groetprobleem terugslaan op de stijl van schrijven in Het boek Ont. In dat opzicht getuigt het boek eerder van een stijl-loosheid die niet verhuld kan worden door de uitverkiezing van de beste zin.

[1] Zie mijn blog De Bevrijding van de taal, of Michaïl Sjiskin’s “Onvoltooide Liefdesbrieven” van 8 december 2013.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s