Christiaan Weijts’ morele innovatie en het begrip van Maatschappelijk Verantwoord Innoveren

Het begrip maatschappelijk verantwoord innoveren (MVI) is een opkomend thema in de Europese samenleving. De gedachte is dat onderzoek en innovatie niet alleen commerciële maar ook maatschappelijke doelen zouden moeten dienen, zoals bijvoorbeeld publieke gezondheid of de verduurzaming van de samenleving. Bovendien zou de samenleving mee moeten kunnen praten over de investering van publieke middelen in innovaties met onzekere en misschien zelfs wel negatieve effecten in de toekomst, zoals in het geval van nanotechnologie of de ontwikkeling van schaliegas. Eigenlijk duidt het woord verantwoordelijkheid een ethische dimensie aan in ons innovatiebegrip, maar verschillende ethici hebben erop gewezen dat de ethische dimensie wordt gereduceerd tot een set van governance-mechanismen in het MVI debat. Je kunt je ook afvragen waarin de moraliteit van innovaties zou moeten bestaan.

Het is in dit licht verrassend dat Christiaan Weijts roman Euforie op een morele dimensie van het innovatiebegrip wijst. Euforie gaat over een architect die een gebouw ontwerpt voor een plek waar eerder een terroristische aanslag heeft plaatsgevonden. We volgen zijn persoonlijke en professionele ontwikkeling vanaf de dag van die aanslag tot aan de uitverkiezing van het winnende ontwerp. Hij ziet innovatie en design als het onderscheidende kenmerk van de mens en benadrukt het morele gehalte van elke innovatie: Hij “bekijkt de foto van een langwerpige naald, waar een neanderthaler misschien wel vier, vijf dagen aan heeft zitten slijpen. Hij koos dít ontwerp en verwierp dus andere. Hij kon slagen of falen in zijn opzet. Daarmee was hij ook verantwoordelijk en trad het begrip schuld de menselijke evolutie binnen. De overgang was een morele. Waar die eerste vuistbijlmakers zich nog konden beroepen op instinctieve onschuld, had de homo sapiens kennis van zijn handelen. Ergens moet er en mensachtige of een hele clan geweest zijn die er de vruchten van at en innovatief werd, de stap maakte naar een voortuitdenkende vorm van ambacht, planmatig, gericht op een toekomst die voorheen niet bestond. Ergens tussen de homo erectus en de homo sapiens, ergens tussen twee miljoen en een kwart miljoen jaar geleden, moet de boom van goed en kwaad hebben gestaan” (48). Mensen innoveren het leven door een voortdurend spel van ontwerp en herontwerp – design your life – om aan het noodlot te ontsnappen en de wereld te beteugelen. De moraliteit van de innovatie bestaat volgens de hoofdpersoon van het boek daarin, dat de innovator kennis heeft van de innovatie en daarmee verantwoordelijkheid draagt voor de keuze van het ontwerp en voor het slagen of falen van dat ontwerp.

Nu zou je dit begrip van verantwoord innoveren eenvoudig als naïef en inadequaat terzijde kunnen schuiven; we weten dat kennis van de huidige situatie nauwelijks helpt om de impact van een innovatie in de toekomst te taxeren, dat de innovator slechts een van de actoren is in een complex innovatiesysteem en al helemaal niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de negatieve gevolgen op de langere termijn. Maar daar gaat het ook helemaal niet om in dit boek. Volgens de hoofdpersoon is elke innovatie van het leven enerzijds getekend door de wil om het noodlot te transcenderen – in zijn geval het noodlot van een terroristische aanslag – maar is het geloof in een beter bestaan anderzijds een overlevingsmechanisme dat verankerd is in datzelfde leven. Daarom zoekt de hoofdpersoon ook naar een manier om de wereld te beteugelen met zijn innovaties, zonder het noodlot van het leven te willen verstikken en af te sluiten. De innovator moet juist de toekomst als het onbekende vóór zich houden, zijn innovatie of design als future future of strange stranger begrijpen: “’Het liefst zou ik iets maken wat die ramp voortdurend transformeert. Wat geen pleister is op de wond van de stad, en evenmin een kledingstuk dat het bedekt. Het moet een blijvende oriëntatie zijn op het gevoel van dat moment. Het moet het vastgrijpen maar wel bijeenhouden en de toekomst in stuwen’” (57). In dit vóór zich houden van het onvoorziene bestaat de moraliteit van verantwoorde innovaties. Voorbeelden van dergelijke verantwoorde innovaties vinden we vandaag de dag misschien in biomimetische innovaties en living machines die adaptief zijn naar veranderingen in de omgeving, en zo verbeeldingen van het onvoorziene blijven. Euforie leert dat daadwerkelijke Maatschappelijk Verantwoorde Innovatie nog een lange weg te gaan heeft.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s