Leven en wandel van Zorbás de Griek of een pleidooi voor verantwoord innoveren (Nikos Kazantzakis)

Het begrip innovatie is vandaag de dag niet meer weg te denken in onze samenleving. Enerzijds is het een must om innovatief te zijn, wil je meetellen in wetenschap, economie en media. Anderzijds wordt innovatie gezien als een panacee voor alle maatschappelijke problemen. We innoveren ons uit de economische crisis, uit de ecologische crisis etc. Tegelijk wordt in de economie nauwelijks nagedacht wat innovatie eigenlijk is.

Nu gaat het begrip innovatie terug op het Griekse kainotomia, dat oorspronkelijk een nieuwe uitsnede betekent, bijvoorbeeld het openen van een nieuwe mijnschacht. Xenophon is de eerste die innovatie op deze manier begreep als hij spreekt over de risicovolle onderneming om nieuwe mijngangen te graven.[1] Innovatie is niet primair de subjectieve inventie van de innovator, zoals we vandaag de dag geneigd zijn om innovators als Steve Jobs te begrijpen, maar het openen van nieuwe wegen in een wereld die ons gegeven is. De Grieken onderkenden al vroeg het risicovolle karakter van zulke innovaties. Oorspronkelijk gaat het bij innovatie om het openen van nieuwe politieke wegen, en het risico van dergelijke innovaties is dat ze de bestaande orde kunnen verstoren, zelfs kunnen ondermijnen.

Hoewel onbewust naar alle waarschijnlijkheid, is de oorspronkelijke betekenis van innovatie ook aan de orde in Leven en wandel van Zorbás de Griek, de prachtige roman van Nikos Kazantzakis uit 1959. Het boek gaat over een man van de geest die een kolenmijn gaat exploiteren samen met Zorbás de Griek, een man van de aarde die in alles zijn tegenpool is. In het boek zijn twee innovaties aan de orde. Allereerst is daar de innovatie in oorspronkelijke zin: “’vandaag gaan we een nieuwe gang uithakken’, zei hij. ‘Ik heb me daar een ader gevonden, net zwart diamant!’” (94). De tweede innovatie is meer een innovatie zoals wij die kennen, een technologische innovatie die helpt om het hout voor het stutten van de mijngangen goedkoop te vervoeren van de hoger gelegen bossen naar de lager gelegen mijngangen: “Zorbás had dus verzonnen dat hij van kabels, palen en katrollen een kabelbaan in elkaar zou zetten om boven op de berg de stammen eraan te hangen en ze in een mum van tijd naar het strand te katapulteren” (94).

Terwijl het innovatiebegrip tot in de negentiende eeuw een negatieve connotatie had en vooral met ketterij en nieuwlichterij, opstand  en anarchie werd geassocieerd, dachten de Grieken oorspronkelijk positief over nieuwheid en innovatie; zolang de goddelijke orde maar niet verbroken werd. Ook in Zorbás de Griek trekken de mijnbouwers naar een klooster om de kloosterlingen om goedkeuring van hun innovatie te vragen. Op hilarische wijze wordt echter duidelijk dat God allang dood is; de kloosterlingen in het boek blijken helemaal geen legitimatie van de innovatie meer te kunnen verschaffen. Daardoor blijkt dat de innovators geheel en al op zichzelf zijn aangewezen, en zelf alle verantwoordelijkheid voor de risico’s dragen.

Dit wordt pijnlijk duidelijk in het boek. Beide innovaties hangen daarin samen dat de tweede innovatie – de kabelbaan – zorgt voor voldoende hout om de eerste innovatie – het openen van nieuwe mijngangen – te stutten en zo voor instorting te behoeden. Daarmee maakt het oorspronkelijke begrip al duidelijk dat innovaties intrinsiek verbonden zijn met risico’s. Zoals net geopende mijnschachten dreigen in te storten als ze niet voldoende worden gestut, zo dreigen innovaties uit te lopen op een fiasco als onvoldoende op hun risico’s wordt gereflecteerd. Terwijl Xenophon nog zegt dat de staat die risico’s moet dragen, zijn de mijnbouwers uit het boek door god en iedereen verlaten, geheel en al op zichzelf aangewezen. Het gaat dan ook helemaal mis in het boek, waarbij niets van hun innovaties overblijft.

Daarmee kunnen we Leven en wandel van Zorbás de Griek lezen als een pleidooi voor verantwoord innoveren. Dit opkomende begrip in de Europese onderzoekswereld getuigt van de wens om op een gestructureerde manier te anticiperen op risico’s van nieuwe technologie en om technologische ontwikkelingen bij te laten dragen aan maatschappelijke vraagstukken zoals duurzame ontwikkeling. Maar anders dan het gangbare begrip van verantwoord innoveren, namelijk als sturingsmodel dat borgt dat alleen duurzame, sociaal wenselijke en ethisch toelaatbare innovaties het levenslicht zien, opent Zorbás de Griek een ander perspectief. Daarin ligt alle nadruk op een radicaal incrementeel innovatieproces waarin ethische aspecten worden geborgd en gezekerd op basis van observaties en evaluaties van feitelijke innovaties, alvorens wordt ingezet op volgende ontwikkelingsstappen. Terwijl het gangbare begrip van verantwoord innoveren (ex ante) nog van idealisme en wensdenken kan getuigen, is Zorbás’ strategie gebaseerd op de weerbarstigheid van de feitelijke innovatiepraktijk (ex post). Mijn vermoeden is dat zo pas kan blijken dat innovatie helemaal geen panacee is voor de maatschappelijke problemen waarvoor we ons vandaag de dag gesteld zien.

[1] Zie Benoit Godin’s diepgravende studie over innovatie voor nadere details (B. Godin, Innovation Contested. The Idea of Innovation over the Centuries (Routledge New York 2015).

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s