Ethisch handelen voorbij elk begrip (Amos Oz, Judas)

Vandaag de dag vertrouwen we meer en meer op samenwerking tussen verschillende actoren – burgers, overheden en bedrijven – om gezamenlijk maatschappelijke problemen op te lossen. Het besef dat overheden niet langer de lead hebben in het oplossen van maatschappelijke problemen – denk aan klimaatverandering maar ook aan leefstijl gerelateerde ziektes zoals obesitas – maakt plaats voor een strategie waarin verschillende actoren gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Dat dit soort samenwerkingen een tendens tot consensus en harmonie verraden die er feitelijk niet is heb ik al eerder laten zien[1], maar ook literatuur kan instructief zijn in dit verband.

Als geen ander verwoordt Amos Oz de diepte van het conflict om Palestina in Judas: “Atalja’s vader droomde dat de joden en de Arabieren elkaar zouden liefhebben als alleen maar dat misverstand tussen hen uit de weg geruimd zou zijn. Maar daarin vergiste hij zich. Tussen joden en Arabieren is geen misverstand en dat is er ook nooit geweest. Integendeel. Al enkele tientallen jaren heerst er tussen hen een volkomen en volmaakte eensgezindheid: de lokale Arabieren zijn gehecht aan dit land omdat het hun enige land is, ze hebben geen ander, en wij zijn gehecht aan dit land om precies dezelfde reden. Zij weten dat wij het nooit zouden kunnen opgeven, en wij weten dat zij het nooit zouden kunnen opgeven. Het onderlinge begrip is dus kristalhelder. Er is en was geen enkel misverstand tussen ons” (173). De literaire verwoording van dit extreme maar reële voorbeeld laat goed zien waarom de tendens tot consensus en harmonie een diepere verschilligheid buiten beschouwing laat. In dat opzicht is er niet zo veel verschil tussen de strijdende partijen om Palestina en het conflict om de acceptatie of uitbanning van genetisch gemodificeerde organismen bijvoorbeeld.

Maar waar we normaal gesproken uitgaan van een cognitieve benadering van dergelijke conflicten, dat wil zeggen van een misverstand tussen actoren over hun verschillende principes, waarden of belangen dat opgelost kan worden door meer begrip, is het instructieve aan Amos’ voorbeeld dat het de onbegaanbaarheid van dergelijke platgetreden paden laat zien: “Atalja’s vader behoorde tot de mensen die van mening zijn dat elke ruzie niets anders is dan een misverstand: een snufje familieberaad, een handjevol groepstherapie, een paar druppeltjes goede wil – en dan worden we allemaal meteen broeders in hart en ziel en de ruzie is opgelost alsof ze nooit bestaan heeft. Hij behoorde tot degenen die geloven dat het enige wat de ruziemakers te doen staat, is elkaar beter te leren kennen, waarna ze elkaar meteen aardig gaan vinden…”(173). Maar begrip blijkt helemaal geen voorspeller voor de oplossing van dergelijke conflicten: “Terwijl ik je zeg, mijn beste, als twee mannen verliefd zijn op dezelfde vrouw, als twee volken hetzelfde land claimen, zullen ook als ze samen rivieren van koffie drinken die revieren hun haat niet uitdoven en zal het water hem niet wegspoelen” (174).

Dit besef brengt ook ethische reflecties over de oplossing van dergelijke conflicten in verlegenheid. Ethiek kent vaak eenzelfde cognitief-rationele oriëntatie (kennis van een probleem als voorwaarde voor moreel handelen ten aanzien van dat probleem). De niet cognitieve aard van conflicten zoals die om Palestina vraagt om een ethiek die niet vertrekt vanuit een cognitieve oriëntatie, maar om een benadering die de realiteit van de getroebleerde sociale relatie tussen Israëlieten en Palestijnen tot uitgangspunt neemt van ethisch handelen. Daarin worden actoren op zichzelf teruggeworpen en ter discussie gesteld door het lijden van de ander en zien ze zichzelf als de mogelijkheid om opnieuw te beginnen: “Plotseling werd hij overmand door een zonderling, intens gevoel, dat alles en alles nog mogelijk was, en dat wat verloren was, alleen maar verloren leek, maar dat eigenlijk niets helemaal verloren was en wat er zou komen enkel afhankelijk was van zijn durf. En hij besloot zichzelf meteen te veranderen. Vanaf dit moment zijn hele leven te veranderen. Vanaf dit moment een kalm en moedig man te worden die wist wat hij wilde en ernaar streefde dat zonder terughoudendheid en zonder aarzeling te verwezenlijken” (143). Teruggeworpen op jezelf stel je jezelf ter discussie en durf je het mogelijkheidskarakter van het leven onder ogen te zien, dat wil zeggen de mogelijkheid om telkens opnieuw te beginnen en ethisch te handelen jegens de ander voorbij elk begrip.[2]

[1] Zie Blok, V. (2014) “Identity, Unity and Difference in Cross-Sector Partnerships for Sustainable Development”. Philosophy of Management 13(2): 53-74.

[2] Zie Blok, V. (2019) “From participation to interruption: Toward an ethics of stakeholder engagement, Participation and Partnership in CSR and Responsible Innovation”. In: R. von Schomberg & J. Hankins (Eds.), Handbook Responsible Innovation: A Global Resource. (Edward Elgar 2019)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s