Met jouw dood sterft ook de wereld, of is het juist andersom (John Banville, De blauwe gitaar)

In de filosofie is het een vrij populaire gedachte om te denken dat met jouw dood ook de wereld verdwijnt. Klaarblijkelijk heeft dit idee ook in de hedendaagse literatuur postgevat, zoals blijkt uit John Banvilles De blauwe gitaar: “Ik heb altijd gedacht dat een van de betreurenswaardigste aspecten van doodgaan is, afgezien van de monsterachtigheid ervan, de pijn en de viezigheid, het feit is dat wanneer ik er niet meer ben er niemand meer zal zijn die de wereld precies zo waarneemt als ik doe. Begrijp me niet verkeerd, ik heb geen enkele illusie over mijn betekenis in het onbeteugelbare wereldplan. Anderen zullen andere versies van de wereld waarnemen, ontelbare miljarden werelden, een deining van werelden met elk hun eigen bijzonderheden, maar de wereld die ik heb gecreëerd enkel en alleen door mijn korte aanwezigheid, zal voor altijd verloren zijn. Dat is een aangrijpende gedachte, vind ik, op een bepaalde manier zelfs aangrijpender dan het vooruitzicht van het verlies van het zelf op zichzelf al is” (19). Dit idee laat eigenlijk de uniciteit zien van de betekenisvolle wereld waarin ik leef, die met mijn dood onherroepelijk verdwijnt.

Ik bedacht me dat deze gedachte, dat met de dood van het zelf ineen de betekenisvolle wereld waarin ik leef verdwijnt, veronderstelt dat zelf en wereld zijn gecorreleerd. Ook dit is een vrij populaire gedachte in de filosofie, namelijk het idee dat de wereld alleen maar verschijnt in mijn intentionele betrokkenheid op die wereld. Als je opgaat in die correlatie, dan verdwijnt met jouw dood ook de wereld. Maar als je daarnaast een niet gecorreleerd zijn aanneemt, bijvoorbeeld de onmetelijkheid van de planeet vóór onze bewoning van de aarde[1], of “de onpeilbare geheimzinnigheid van” (107) van het bestaan voorbij mijn verstaan en herkenning ervan, en je begrip van wereld daaraan oriënteert, dan is het ook niet meer zo dat met jouw dood ook de wereld verdwijnt.

Banville is ronduit ambigue als het op dit vraagstuk aankomt. Hij zegt eerst dat niet gecorreleerd zijn niet bestaat – “er [is] niet zoiets als het ding in zichzelf” (76) – en hoewel hij vervolgens erkent dat niet gecorreleerd zijn wel bestaat – “Maar de wereld biedt weerstand, ze is van ons afgewend, zorgeloos in zichzelf gekeerd” (77) – hebben wij geen enkele toegang tot die wereld zoals ze in zichzelf is, in tegenstelling tot de wereld zoals ze aan mij verschijnt. “De wereld buiten, de wereld binnen, en daartussen de onoverbrugbare kloof, waar niet overheen te springen is. En dus gaf ik het op” (78). Omdat we  niets kunnen zeggen over de wereld buiten zoals ze in zichzelf is, kan hij vasthouden aan de gedachte dat met mijn dood ook de wereld verdwijnt. Het gaat dan om de wereld binnen als gecorreleerd zijn die verdwijnt, terwijl hij de wereld buiten als ongecorreleerd zijn verder buiten beschouwing laat: “Wat mij interesseert zijn niet de dingen zoals ze zijn, maar zoals ze zich aanbieden om uitgedrukt te worden (144)”.

Een mogelijke verklaring voor die desinteresse in de wereld buiten is dat Banville meer geïnteresseerd lijkt in de onpeilbare geheimzinnigheid van het menselijk bestaan dat onoverbrugbaar alleen is: “De onvermijdelijke conclusie in mijn interpretatie van de zaak is dat er niet zoiets bestaat als het ik … dat het ik waaraan ik denk, die oprechte, standvastige kaars die voortdurend in mij brandt, een dwaallicht is, een dwaze vlam. …Ik vind dit een verkwikkende gedachte. Waarom? Om te beginnen omdat ik hierdoor vermenigvuldigd word; dit plaatst me in een oneindig aantal universums die helemaal van mij zijn, waar ik alles kan zijn wat door de gelegenheid en de omstandigheden wordt vereist…” (263).

Ik zou de boel echter willen omdraaien. Met de ondergang van de wereld buiten verdwijnt niet alleen de wereld binnen, maar ook jouw geheimzinnige te zijn hebben in die wereld. Daarin bestaat de eigenlijk “tirannie van de dingen, of de onvermijdelijke werkelijkheid” van de wereld buiten (133). Daarmee treedt een asymmetrie op tussen zelf en wereld die het onmogelijk maakt te denken dat met jouw dood ook de wereld verdwijnt.

[1] Zie Blok, V. (2019), “Nothing Else Matters: Towards an Ontological Concept of the Materiality of the Earth in the Age of Global Warming”. Research in Phenomenology 49: 65-87.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s