Tag Archives: de heilige rita

Over de mogelijkheid van wereldverbranding (Tommy Wieringa, De Heilige Rita)

Het idee dat de verbranding van de wereld voorwaarde is om opnieuw te beginnen is al erg oud. Een wereldbrand brandt de boel goed schoon en laat as en gruis achter dat als vruchtbare bodem het ontstaan van een nieuwe wereld dient. Dit idee van wereldverbranding wordt zowel toegepast op het niveau van de wereld als geheel die als een fenix opstijgt uit zijn eigen as om opnieuw geboren te worden, als op het niveau van het persoonlijke leven. Een voorbeeld hiervan is de wereld van Paul Krützen, hoofdpersoon van Tommy Wieginga’s roman De heilige Rita. Zijn hele leven woont hij al met zijn vader op een boerderij in het Oosten van het land. Nadat zijn moeder plotseling uit zijn wereld verdween en hij door zijn vader werd opgevoed, worden de rollen omgedraaid en zorgt hij nu zelf voor zijn vader.

Paul kent het verlangen naar wereldverbranding: “Als je hand je ergert, hak je hem af, als je huis vol spoken zit, steek je het in brand. Dat mausoleum, met aan elke spijker een herinnering. Vrijwel niemand die hij kende woonde vijftig jaar lang in hetzelfde huis. Alleen hij. En Hedwiges. Het zou een vreugdevuur zijn, alles weg, de hele huisraad, elk stom voorwerp dat was vermeerderd met gedachtenis, en uit dat vuur zou een schoner mens tevoorschijn komen, schoner en lichter, ontdaan van de last van alles wat hem aan het verleden had vastgeklonken” (228).

Een dergelijke wereldverbranding kan echter helemaal niet plaatsvinden zolang we ons dingen kunnen herinneren. Natuurlijk, vandaag de dag externaliseren we onze herinnering zodanig in technologie dat het de aard van de herinnering zelf verandert – denk aan de overvloed aan foto’s en filmpjes die opgeslagen in oude mobieltjes liggen te wachten totdat ze vervagen in het licht van het grote getal (wie voelt nog de aanvechting foto’s uit te zoeken in een ondoordringbaar woud van duizenden exemplaren, opgeslagen op tientallen mobieltjes die om de twee jaar worden vervangen als het geheugen vol en het abonnement afgelopen is). Maar zolang je je dingen herinnert verliest de wereld zijn gedachtenis niet, komt uit het vuur helemaal geen schonere en lichtere, geen nieuwe wereld te voorschijn. Paul realiseert zich dat ook als hij op onwillekeurige momenten door de herinnering aan zijn moeder wordt bezocht: “Onmetelijk lang geleden was het dat hij haar stem gehoord had. Nu opeens, nu hij in bed het evangelie van Mattheus lag te lezen, had ze weer geklonken, even helder en krachtig als toen hij nog een kind was. Meestal lag haar stem verborgen in een ontoegankelijke plooi van zijn geheugen, maar nu, op een onbewaakt ogenblik, was ze tevoorschijn gekomen en had ze hem geroepen. Een groot en onmachtig verlangen steeg in hem op, onmiddellijk gevolgd door hetzelfde verdriet als tweeënveertig jaar gelden, toen hij zich aan haar been had vastgekampt en haar gesmeekt had hem met zich mee te nemen”  (235).

Enerzijds laat dit citaat heel goed zien dat technologie – in dit geval de bijbel waaruit Pauls moeder hem vroeger voorlas en die hij nu zelf herleest – de herinnering medieert. Wat hij zich herinnert wordt dus gemedieerd door techniek en dit wat van de wereld verbrandt in de wereldverbranding. Anderzijds maakt het citaat duidelijk dat de herinnering op onbewaakte ogenblikken op kan komen in het menselijke hart. Dat hij zich zijn moeder en zijn ouderlijk huis herinnert wordt dus niet gemedieerd door techniek en dit dat van de wereld verbrandt niet in de wereldverbranding. Hoezeer ik ook gevoelig voor het idee van de technische conditie van het menselijk bestaan, ik zou dit verschil tussen de eerste persoon herinnering die een grens stelt aan elke mogelijke wereldverbranding en de geëxternaliseerde herinnering die kan wegsmelten in een wereldverbranding willen vasthouden en inzetten tegen het idee dat elke gedachtenis technisch gemedieerd is. De prijs die ik daarvoor moet betalen is dat ik het idee van de mogelijkheid van wereldverbranding moet loslaten. We hebben maar een wereld waarop we aangewezen zijn, ook al staat die momenteel in brand.