Tag Archives: grunberg

Het failliet van de Nederlandse literaire kritiek deel 2: Arnon Grunberg’s Blauwe Maandagen

Normaal waag ik me niet aan recensies en probeer ik me te beperken tot filosofische reflecties naar aanleiding van de romans die ik lees. Het alom bewierookte Blauwe Maandagen van Arnon Grunberg is echter zo’n aanfluiting dat ik de Nederlandse literaire kritiek niet langer serieus kan nemen. Denk je in: auteur schrijft een roman over een Amsterdamse tiener en zijn hang naar seks, drank en hoeren, die uiteindelijk besluit zichzelf aan te bieden als hij platzak is. De hoofdpersoon is ongeloofwaardig, alsof een Amsterdamse tiener die van school is getrapt zich allerlei luxe – variërend van dure drankjes in Amsterdamse uitspanningen tot hoeren die 150 gulden per uur kosten – kan veroorloven. De verhaallijn is ook dodelijk vermoeiend – het boek beschrijft in feite een aaneenschakeling van ontmoetingen met drinkebroers en lichtekooien die niets om het lijf hebben – en de hoofdpersoon heeft een ééndimensionaal karakter. Ten slotte is niet goed nagedacht over het personage van de hoofdpersoon. Eerst denkt hij namelijk dat “de waarheid net zo oninteressant en dodelijk is als het bestuderen van de hel” (75). Op zich is dit een gemeenplaats onder tieners met literaire aspiraties die voor het eerst Nietzsche hebben gelezen; de waarheid is een illusie. Maar even later zegt hij: “Ik heb altijd van alles moeten verzinnen, omdat ik bang was voor wat de mensen tegen me zouden zeggen als ik hun de waarheid zou vertellen” (98). Klaarblijkelijk is de waarheid dus toch iets anders dan een illusoir verzinsel en belangwekkender dan in eerste instantie werd aangenomen. Ten slotte wordt de waarheid toch weer als een illusie neergezet, maar dan wederom a la Nietzsche, namelijk als noodzakelijke illusie zonder welke je niet kunt leven. “Die [illusies] moet je dan bewaken als een leeuwin haar jong, want dat was de enige schat in dit leven” (221). Wat eerst dus oninteressant en dodelijk is, wordt vervolgens als enige schat van het leven gezien. De auteur roept dus maar wat voor de vuist weg, zonder dat die inconsistentie literair gearticuleerd wordt in het boek. En dat is kwalijk! De ontmaskering van het literaire talent van Arnon Grunberg is eigenlijk heel eenvoudig, en had een meer kritische literaire kritiek op moeten vallen. Ik ben hier oprecht boos over, want waarvoor hebben we anders deze langzaam uitstervende beroepsgroep nog. Zij zou ons lezers juist scherp moeten houden.