Tag Archives: halfling

Eenling op open zee (Gerbrand Bakker, Boven is het stil)

Boven is het stil gaat over Helmer, de eersteling van een tweeling die ongezien het leven van zijn overleden broer leidt en begint in te zien dat hij nu eenling is. Tot dan toe heeft hij zichzelf altijd als half-ling gezien, namelijk een leven leidend als half lijf dat voortkabbelt op halve kracht na de dood van zijn broer. Hij leidt een half leven. Ook anderen zien een half-ling in hem. Zijn broer Henk zag hem niet meer toen hij zijn eerste geliefde ontmoette. Na diens dood ziet de geliefde niet hem maar zijn broer in hem als ze elkaar ontmoeten. Zijn vader ziet hem eerst niet door het bedrijf aan zijn jongere broer in plaats van aan hem over te laten. Vervolgens ziet hij hem niet wanneer hij hem na de dood van zijn broer dwingt zijn studie Nederlands te staken en alsnog het bedrijf over te nemen. Hij voelt zich slechts de broer van… een passant in het leven van een ander en niet van hemzelf.

            Menig lezer, inclusief ikzelf, zal aanstoot nemen aan de passiviteit die de boerenzoon aan de dag legt in het boek. Hij draagt de leegte van zijn bestaan door nergens aan denkend de dingen maar gewoon te laten gebeuren en jaar in, jaar uit het boerenbedrijf van zijn vader te runnen: “Ik heb mijn halve leven lang nergens aan gedacht. Ik heb mijn kop onder de koeien gestoken, elke dag weer. Ergens vervloek ik ze, die koeien, maar warm en bedaard zijn ze ook, als je met je voorhoofd steunend tegen hun flanken het melkstel onderhangt. Er is niets zo rustgevend, zo beschermd, als een stal vol kalm ademende koeien op een winteravond. Dag in, dag uit, zomer, najaar, winter, voorjaar” (74).

            Maar het probleem van die onrustige lezer is dat hij of zij denkt een eenling te zijn die zelf zijn of haar leven zelf wel kan bepalen, maar zelf ook ongezien het leven van een ander leidt, een half-ling is in de dromen en idealen van een ander. In dat opzicht is Boven is het stil ontnuchterend voor die lezer, die bijvoorbeeld naarstig op zoek is naar een verklaring voor de man zijn passiviteit maar telkens bedrogen uitkomt en op zichzelf wordt teruggeworpen met de vraag: waar ben ik zélf gebleven, wat is werkelijk het mijnde? Dit is de stille oproep die in de kalme beschrijvingen schuilgaat, de oproep niet langer de passant te zijn in het leven van een ander – de vader, de God, maar misschien ook de idealen, principes en waarden die we hebben geërfd en geërodeerd blijken – en te leren inzien dat we in werkelijkheid alleen zijn, alleen op open zee.