Tag Archives: kunst

De subvert-interventie van de kunst (Ali Smith, Het een als het ander)

Het een als het ander is een subvert-interventie. Het verhaal, dat handelt over een tienermeisje in de jaren zestig van de vorige eeuw die haar moeder zopas verloren heeft en geïntrigeerd is door een Italiaanse Renaissanceschilder, wordt onderbroken door een tweede verhaal dat handelt over de Renaissanceschilder zelf die het verdriet van het tienermeisje observeert. Het verhaal van het meisje wordt gesubverteerd met het verhaal van de schilder en vice versa, want de auteur heeft bedongen dat het boek in twee versies verschijnt. Een versie dat start met het verhaal van het rouwende kind dat gesubverteerd wordt door het verhaal van de Renaissanceschilder, en een versie die juist andersom begint met het verhaal van de schilder en gesubverteerd wordt door het verhaal van het meisje.

In subvert-interventies gaat het niet zozeer om een alternatief perspectief dat ingenomen wordt, zoals de Renaissanceschilder een derde persoon perspectief inneemt op het rouwende kind ter aanvulling op het eerste persoon perspectief dat in het eerste verhaal aan de orde is. Het gaat om een verschuiving van de betekenis van hun leven dat pas opkomt dankzij hun wederzijdse subvert-interventies. Daarin veranderen niet zozeer de dingen die we zien – het rouwende tienermeisje, de Italiaanse Renaissanceschilder – maar hoe ze aan ons verschijnen. De subvert-interventie bestaat erin dat een woord of beeld wordt ingevoegd waardoor de betekenis van die dingen ineens verandert.

In het boek komt een voorbeeld aan de orde dat duidelijk kan maken hoe subvert-interventies in hun werk gaan. Ergens halverwege herinnert het meisje zich een discussie met haar gestorven moeder, naar aanleiding van een lied van de Pet Shop Boys. “They were never being boring, zingt ze. They dressed up in thoughts, and thoughts make amends” (125). Het meisje bekritiseert haar moeder omdat ze niet ‘thoughts’ maar ‘fought’ zouden zingen: “We verkleedden ons en vochten, dachten toen: we maken het weer goed. Nee, zegt haar moeder. … Je verkleedt je in gedachten, of denkbeelden, omdat gedachten het goedmaken. Gedachten kunnen het goedmaken. Thoughts make amends. Dat zou een uitdrukking moeten zijn. Als ik een wapenschild had, dan zou dat er in het Latijn op moeten staan, dan zou dat mijn motto zijn” (125-126). Nu is het literaire punt van dit citaat niet zozeer de twist tussen moeder en dochter – in feite zingen The Pet Shop Boys nog weer iets anders: “We dressed up and fought, then thought: “Make amends” – maar dat de aard van subvert-interventie duidelijk wordt. Door de plotselinge invoering van een ander woord verandert ogenschijnlijk niets aan de dingen, maar wordt in feite een amendement ingevoerd waardoor dezelfde dingen plotseling in een heel ander licht verschijnen. De zin van het amendement dat de subvert-interventie invoert is te laten zien dat de mens en de wereld om hem heen nooit enkelvoudig zijn maar altijd méér zijn dan zichzelf. Doordat de subvert-interventie Het een als het ander van mensen en dingen laat zien, kan elk ding en elke mens de verwachtingen die we ervan hebben overtreffen. Daarmee krijgen we een waanzinnige aanwijzing naar de aard van literaire kunst: “Door kunst gebeurt er op een bepaalde manier niets waardoor er iets gebeurt” (45). We kunnen deze uitspraak begrijpen als we kunst begrijpen als een dergelijke subvert-interventie.

Tijdelijk voorbehoud (Vis, Anton Valens)

Vis gaat over een werkloze kunstenaar die een week meevaart met een kotter om platvissen te vangen. Het verhaal heeft iets mooi ongemakkelijks, aangezien het een confrontatie betreft tussen twee typen mens, enerzijds de vissers bij wie de routine van de dagelijkse arbeid is ingesleten tot het bot, en anderzijds de kunstenaar die nog niet opgaat in zijn werk en voor wie alles nieuw is: “’Dat is een inktvisje’, schetterde Addie in mijn oor. ‘Goh, mooi’, antwoordde ik. ‘Mooi! Hij zegt dat hij dat mooi vindt. Jij vindt alles praktig, niet ouwe tijger? Weet je hoe dat komt? Dat komt omdat alles nieuw is voor jou, snap je? Jij zou zelfs een zeekakkerlak nog mooi vinden’. ‘Bestaan er zeekakkerlakken?’. ‘Haw-haw-haw!’”(84). Natuurlijk vindt hij het niet prachtig omdat alles nieuw voor hem is. De kunstenaar figureert niet als een toerist die meevaart op de vissersboot in dit boek, maar probeert zo goed en zo kwaad als het gaat mee te doen met de vissers.

Het is jammer dat dit verschil wordt uitgelegd als een onderscheid tussen denken en niet denken: “’Jij stadsmensen, jullie denken te veel’, luidde zijn commentaar” (91). De kunstenaar vervolgt: “’Dus de netten worden gewoon uitgegooid zonder er veel over na te denken?’ sneed ik het oude onderwerp opnieuw aan. ‘je moet gewoon ergens beginnen, hé’. ‘Ja, natuurlijk’. ‘Je kunt wel eindeloos gaan lopen nadenken, zoals jouw slag zou doen, over plek A, B, of C, maar intussen wordt er niet gevist’. ‘Nee, daar is niets tegen in te brengen. Maar overkomt het u nooit dat u een inval heeft en plotseling zeker weet: daar en daar moeten we heen, want ik zie daar veel vis? In een onbewaakt ogenblik in het weekend misschien, of in een droombeeld?’ … ‘Wat zeg je? Dróóm?’ Niet vaak, ook later niet, heb ik dat woord met zo veel betekenisloze kracht horen uiten. ‘Jij moet maar lekker bij je kleurpotloodjes blijven’, adviseerde hij me, opeens vaderlijk” (92-93). Het verschil ligt niet in denken of niet-denken, maar in het gegeven dat de werkloze kunstenaar nog niet is opgezogen in de circulariteit van de dagelijkse arbeid waarin de arbeider alleen nog arbeidsgroottes tegenkomt en zo geen oog meer heeft voor het nieuwe en ongewone. Dat heeft niets met denken te maken maar met een tijdelijk voorbehoud met betrekking tot de circulariteit van de arbeid. Misschien is zo’n tijdelijk voorbehoud niet zozeer voorbehouden aan de werkloze, als wel aan de kunstenaar. Dan hebben we allemaal nog veel te leren.

Het wuivende kind van Marlene Dumas

Door één van de schilderijen van Marlene Dumas’ recente tentoonstelling in Amsterdam werd ik vooral verrast [1]. Ik ken haar zwaarbeladen beelden van mensen en lichamen die in zichzelf gekeerd en zonder context gegeven zijn, alsof ze wil laten zien dat de afwezigheid die de dode kenmerkt in feite de human condition bij uitstek is. In de serie Against the Wall uit 2009-2010 valt al een verschuiving waar te nemen. Haar portretten vervagen tot figuren zonder gelaat, terwijl de figuratie van de zwaarbeladen context juist toeneemt; Israëlieten en Palestijnen in de omgeving van de veiligheidsmuur die Israël van Palestina scheidt, bijvoorbeeld. Het schilderij Child Waving uit deze serie kan als overgangswerk worden gezien, omdat het deze verschuiving markeert zonder zelf volledig op te gaan in één van beide categorieën.

dumas

Mij trof echter niet zozeer het kunsthistorische gegeven van dergelijke overgangswerken in Dumas’ oeuvre. Dit zwaarbeladen beeld verraste mij vooral omdat dit het enige schilderij van de tentoonstelling is waarin de afwezigheid als menselijke conditie doorbroken wordt en contact met mij wordt gezocht. Waarin bestaat dit contact?

We zien een kind dat naar mij wuift. Hij heeft op de uitkijk gestaan in afwachting van mijn komst. Zodra hij mij in de gaten krijgt verheft hij zich nog meer door op zijn tenen te gaan staan en mij te begroeten. Andersom is ook mogelijk, dat hij mij uitzwaait bij mijn vertrek en zich voor een laatste keer verheft om mij daarna uit het oog te verliezen. Het is niet uit te maken of het kind ten afscheid wuift of juist ter verwelkoming. In ieder geval is de afwezigheid als menselijke conditie niet minder in zijn groet, en tegelijkertijd doorbroken. Het schilderij opent namelijk de ruimte waarin het kind en ik elkaar kunnen begroeten zonder elkaar ooit te raken, dat wil zeggen de context waarin het schilderij betekenisvol voor mij is en mij op mijn eigen afwezigheid terugwerpt: Wie is het eigenlijk, waarnaar het kind wuift? Voel ik enige verplichting zijn groet te beantwoorden? En waarin zou een groet van mijn kant dan moeten bestaan? Het heldere licht dat achter hem brandt belet mij in elk geval naar hem te reiken.

Daarmee verandert ook de betekenis van de titel van de tentoonstelling, the Image as Burden. Het zou in deze tentoonstelling niet zozeer moeten gaan om zwaarbeladen beelden van mensen van wie de afwezigheid niet gevangen kan worden in een beeld, maar om beelden die de context scheppen waarin ik die mensen op een betekenisvolle wijze ontmoeten kan. In dat opzicht is te hopen dat Dumas zich in de toekomst toelegt op overgangswerken zoals Waving Child.

[1] Marlene Dumas, The Image as Burden, Stedelijk Museum Amsterdam, 6 september 2014 tot 4 januari 2015.