Tag Archives: michel Houellebecq

Over het primaat van de taal (Binet, De zevende functie van taal)

Op een gekke manier is de twintigste eeuwse filosofie bezeten door de gedachte dat taal de eigenlijke toegang tot de wereld verzorgt en belemmert, variërend van continentale filosofen zoals Heidegger tot analytische filosofen zoals Searle en post-moderne filosofen zoals Derrida. Op grandioze manier komt het primaat van de taal ter sprake in De zevende functie van taal van Laurent Binet. Daarin gaat het om een intellectuele whodunit waarin een fictieve moord op Roland Barthes met behulp van alle bekende Franse en Amerikaanse filosofen van de twintigste eeuw wordt onderzocht en opgelost.

Barthes ziet dat de taal geen communicatie-instrument is maar de betekenis van de wereld sticht. We herkennen dit inzicht als we een goede roman voor de geest halen waarin de vanzelfsprekende betekenis van de bestaande wereld ter discussie wordt gesteld – ik denk onwillekeurig aan Elementaire Deeltjes van Houllebecq – of een nieuwe wereld wordt gesticht waarmee ik nog niet vertrouwd was – ik denk onwillekeurig aan De vlucht van Carrasco. Hoe ontegenzeggelijk de performatieve functie van de taal ook is die de wereld sticht, en hoezeer de kwaliteit van een roman ook kan worden afgemeten aan haar performatieve functie, ook de dingen zelf hebben dit vermogen, zoals een boom of steen, of zelfs artefacten zoals een stoplicht of tablet. Denk bijvoorbeeld aan Vonne van der Meer’s Take 7, waarin het de symbolische orde van de draaiende filmcamera is die niets opneemt en toch het ingedutte Spaanse dorpje op hilarische wijze uit haar sluimer wekt.

Hoewel Binet in navolging van Barthes erkent dat alles in het universum betekenis heeft, houdt hij in dit boek vast aan het primaat van de taal die betekenis sticht. Het boek kan als een gedachtenexperiment worden gelezen waarin het primaat van de taal zodanig wordt opgerekt dat alles in het universum een talige betekenis heeft; de mens zelf heeft alleen nog maar een talige identiteit en wordt een romanpersonage: “Hoe weet je dat je niet in een roman zit? Hoe weet je dat je niet in een fictieve wereld leeft? Hoe weet je dat je wérkelijk bestaat?”(389). Als iets mij weerhoudt om mee te gaan met Binet’s voorstel en vast te houden aan de gedachte dat de betekenis van het universum verdere reikt dan de talige, dan is het wel dit boek zelf. Daarin blijken de personages uiteindelijk talige constructies in een verder bloedeloos verband. Wat de 21e eeuwse filosofie nodig heeft is een revolte tegen het primaat van de taal.

 

 

De category mistake van de Europese burgeroorlog (Michel Houllebecq, Onderworpen)

“Denkt u echt dat ze een burgeroorlog willen ontketenen? Geen twijfel mogelijk”, schrijft Houellebecq in zijn in 2015 verschenen roman Onderworpen (54). En een burgeroorlog kreeg Europa, met een toenemende sequentie van aanvallen op de redactie van een satirisch tijdschrift, een podium voor indi-rock, een toeristische boulevard etc., die in hevigheid alleen maar zullen toenemen.

Het verontrustende van deze aanslagen is niet zozeer de terror waartoe de aanhangers van Islamitische Staat bereid blijken te zijn. Hoewel minder symbolisch in de keuze van doelwitten, doet de terror van de Westerse mogendheden niet veel onder voor die van IS; denk aan de honderdduizenden burgerslachtoffers in Irak als gevolg van Westerse bombardementen, denk aan de Westerse legitimatie van de Israëlische terreur jegens het Palestijnse volk, denk aan de repressie van kansarme allochtone jongeren in de buitenwijken van Brussel en Parijs, om maar een paar voorbeelden te noemen. Verontrustend is veeleer de categorial mistake die het Europa onmogelijk maakt haar vijand serieus te nemen, laat staan een burgeroorlog uit te vechten.

In de Europese samenleving is de individuele vrijheid en singulariteit van elk individu doorgeschoten tot absolute norm. Daardoor ziet de Europeaan zichzelf niet alleen primair als individuele actor die zijn eigen leven leidt, maar wantrouwt hij ook elke tendens tot veralgemenisering en totalisering van anderen, bijvoorbeeld in termen van ‘het Islamitisch gevaar’. De Europeaan hamert op het feit dat we met individuen te doen hebben die in staat blijken tot terroristische daden, maar dat we hen niet over één kam moeten scheren en als groep mogen veroordelen. De verdachtmaking van elke generaliserende aanspraak ontneemt de Europeaan om überhaupt een vijand, i.e. een idee of eigenschap die bepaalde actoren met elkaar gemeen hebben, te identificeren. Dat wil zeggen dat de individuele vrijheid en singulariteit de Europeaan belet om de Europese burgeroorlog als een burgeroorlog te taxeren, laat staan te voeren; ze is niet in staat tot een algemene aanspraak die een vijand identificeert, in het licht waarvan een burgeroorlog kan worden gevoerd. De strijd wordt hooguit gevoerd tegen  meer of minder individuele raddraaiers die terroristische aanslagen plegen.

De category mistake van de Europese burgeroorlog bestaat daarin, dat de aanhangers van IS wel in staat zijn tot algemene of totaliserende aanspraken, waarmee zij hun vijand kunnen identificeren. IS vindt die totaliserende aanspraak nu juist in de individuele vrijheid en singulariteit als algemene kenmerken van de Europeaan, die geperverteerd verschijnen in de aanspraak op grenzeloze beledigingen van anderen. Het zijn die algemene kenmerken van de Europeaan die de aanvallen van IS op het individu – de ironicus, de danser, de flaneur – legitimeert, terwijl diezelfde individualiteit de Europeaan de mogelijkheid ontneemt om zich te verdedigen tegen die aanvallen. Dan ben je bij voorbaat ten dode opgeschreven.

The Map and the Territory (Houellebecq)

On the way back to Amsterdam, I finished my reading of Michel Houellebecq’s ‘The map and the territory’. Definitely the best novel I read last year. Again an incisive description of the cogs that contribute to the functioning of our society. But instead of hope, like in ‘Atomised’, the ‘downward forces’ gain the upper hand in this book. These forces put an end to the world as narrative (the world …of novels & films, but more important, the identity of the world as narrative I assume). What remains is the world as parataxis. How should I live in the world as parataxis? Instructive in this respect is Houellebecq’s description of the protagonist of the book – Jed Martin – as a man who was never able to completely surrender to life.