Tag Archives: richard wagner

De financiële crisis en de reprise van Götterdämmerung

Terwijl de financiële crisis een cesuur betekende in het Nederlandse culturele leven, was daar tijdens de allerlaatste voorstellingen van de Ring des Nibelungen door de Nederlandse Opera weinig van te merken. De royaliteit van de decors van Götterdämmerung bijvoorbeeld – een volledig bewegend vloeroppervlak dat alleen gedurende de laatste minuten van de opera werd ingezet, het stilleven van voorwerpen dat een volledig nieuw toneelbeeld schetste aan het einde van de voorstelling zonder nog een enkele functie binnen deze opera te hebben – het getuigde van een rijkdom die niet meer van deze tijd is. Het was dan ook meteen duidelijk dat deze opera vóór de financiële crisis gemaakt moest zijn (2005) en nooit in onze tijd, dat wil zeggen ná de enorme bezuinigingsrondes op kunst en cultuur. Wij laafden ons aan een reprise.

En toch deed deze schitterende uitvoering van Götterdämmerung ná de financiële crisis, nu we de weg naar boven weer ingeslagen lijken te zijn, nog een hele andere “reprise” vermoeden. Eén van de maatregelen om het vertrouwen in de financiële sector te herstellen was de invoering van de bankierseed in 2013. Bankiers en hun bestuurders zouden de maatschappij voortaan moeten beloven eerlijk en integer te zullen handelen[1]. Dat juist Götterdämmerung stijf staat van de eden die gebroken worden is wat dat betreft een teken aan de wand die het ergste doet vermoeden.


[1] Vgl. Blok, V., “The Power of Speech Acts: Reflections on a Performative Concept of Ethical Oaths in Economics and Business”, Review of Social Economy, 71(2)(2013), pp. 187-208.

Advertisements

Refreshments for a weary generation (Richard Wagner’s Tristan und Isolde)

 When I visited Wagner’s Tristan und Isolde last week (Utrecht, October 15, Nationale Reisopera),  I increasingly felt uncomfortable when the story unfolded. Of course, the prelude was marvellous again and the critics of this primordial love story were jubilant as well. At the same time, however, I was no longer able to make the connection. The vocabulary of honor, liquidation and vendetta might still resonate with our Muslim compatriots, but they were definitely underrepresented during this performance. In first instance, I thought that this opera was only able to please a weary generation and was no longer able to really impress. Later on, I realized that my experience of discomfort might be interpreted as a ‘spiritual’ counterpart of Wagner’s Tristan chord in this opera. The tensions created by the music resonated in my experience of uncannyness, and raised the question whether it is still possible to produce an artistic, literary or philosophical Tristan chord in the current age. Our challenge is to experiment with and produce Tristan chords which do no longer act as ‘refreshments for a weary generation’.