Tag Archives: trust in science

Jeff Wall en de aard van de beweging

11_Volunteer_1996

De foto’s van Jeff Wall dwingen ons anders na te denken over beweging en rust. Neem Volunteer, een prachtige zwart-wit foto uit 1996 die ik recentelijk zag tijdens een tentoonstelling in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Wall vroeg een vrijwilliger van een daklozencentrum een maand lang te werken voor de camera zodat hij niet meer zou poseren maar zich zou gedragen als ware het een reële situatie. Het resultaat is een geënsceneerd beeld van een man die met een mop in de hand de vloer dweilt. De ruimte is eenvoudig ingericht met wat stoelen en een kinderlijk getekend berglandschap bij wijze van behang. Samen met een eenvoudig keukenblok in de hoek met een koffieketel en wat knuffelbeertjes aan een verwarmingsbuis, wordt het decor gevormd waarin de man lijkt op te gaan in zijn werk, zijn ogen gericht op de mop waarmee hij de vloer van de verlaten ruimte boent.

Normaal gesproken denken we over beweging zo, dat we ons een mens voorstellen die zich vervolgens beweegt in de wereld en bijvoorbeeld een vloertje boent. Die gedachtegang wordt onderbroken door Wall’s foto, doordat de man wordt stilgezet in het snapshot en de mop toch beweging laat zien. Deze beweging áchter de beweging van de mop over de vloer constitueert de identiteit van de man die opgaat in zijn werk en zo pas is wie hij is; vrijwilliger. Niet alleen dat, want ze tekent evengoed de verlaten ruimte waarin de man zijn eenzame arbeid verricht; het lauwe kopje koffie uit de ketel die is uitgezet na de laatste dienst, de rechte stoelen die alleen een gejaagde rust toelaten, kortom, het ecosysteem waarin de vrijwilliger en de verlaten ruimte in elkaar zijn ingebouwd. In deze synchroniciteit van de man en de ruimte ligt ongetwijfeld ook het esthetisch effect van de foto. Maar belangrijker dan dit esthetisch effect is een filosofisch effect dat van Wall’s foto uitgaat: Volunteer doet vermoeden dat het de beweging van de mop over de geleefde vloer zélf is, die het ecosysteem van de vrijwilliger constitueert en in beweging zet.

En toch gaat de vrijwilliger niet op in de beweging van de mop en wordt de foto tegelijkertijd door een grote afwezigheid getekend, alsof de man en de ruimte aan elkaar voorbij trekken. De blik van de man is gericht op de beweging van de mop en tegelijkertijd afgesloten daarvoor, in zichzelf gekeerd en afwezig. Daarmee begint de titel van de foto anders te spreken. In eerste instantie laat Volunteer zien dat de man juist niet het vrije subject is maar pas vrijwilliger is dankzij de beweging van de mop. In tweede instantie laat Volunteer zien dat de vrijwilliger weliswaar niet vrij is om de beweging van de mop op te nemen of af te stoten, maar in de grond wel vrij is van die beweging, niet opgaat in het ecosysteem van de verlaten ruimte. Maar goed, alleen wat in beweging is kan ook rusten… Hetzelfde geldt natuurlijk voor ons.

Advertisements

Trust in Science

The Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences (KNAW) recently published a report, in which a decline of public trust in science is signalled. In order to analyse the growing mistrust in science, we should distinguish between competency-based trust and benevolence-based trust. Is it possible that the competency-based trust in science is decreasing due to the increased acknowledgement of the complexity or ‘wickedness’ of the problems we face today? As a consequence, science should fundamentally reflect on its own competency to reveal the truth. If science starts with questioning our trust in the world as it appears and aims to restore our trust by providing reason, it becomes clear that science presupposes benevolence-based trust as well; science does not only trust its own competency to reveal the reason behind the world as it appears (instead of acknowledging our epistemic insufficiency), but also the benevolence of the world to show itself as it is. It is precisely this presupposition which is highly questionable. One of the basic experiences of 20th century philosophy, prepared by philosophers like Heraclitus and Nietzsche, is that nature fundamentally resist its full appropriation. David Hume for instance observed: “It must certainly be allowed, that nature has kept us at a great distance from all her secrets, and has afforded us only the knowledge of a few superficial qualities of objects; while she conceals from us those powers and principles on which the influence of those objects entirely depends”. The growing mistrust in science can therefore be seen as a call for drastic policy changes in order to enhance radical empiricism in science.